Mammapoli - HagaZiekenhuis van Den Haag

Operaties

Als alle vooronderzoeken zijn geweest wordt de operatie gepland. Meestal zitten 2 a 3 weken tussen de vooronderzoeken en de operatie.

Er zijn borst- en okseloperaties:

Borstoperatie

  • Borstsparende operatie

Of u een borstbesparende operatie kunt krijgen, hangt af van de grootte van uw tumor. Ook de plaats van de tumor, de grootte van de borst, en uw conditie spelen mee. Bij de borstsparende operatie verwijdert de chirurg de tumor en een deel van het omliggende, gezonde weefsel. Zo worden ook de kwaadaardige cellen verwijderd die misschien al rond het gezwel zitten. De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop. Zo kan hij zien of de tumor helemaal is verwijderd.

Een borstsparende behandeling wordt altijd gevolgd door bestraling van de borst; tumor grootte/tumorkenmerken en eventueel het tumor(DNA)profiel bepalen of er verder nog behandeling zal volgen.

2e operatie

Soms is de afwijking niet helemaal weggehaald. Dan haalt de chirurg tijdens een 2e operatie het afwijkende weefsel weg. Wanneer er nog voldoende ruimte in uw borst is, kan uw borst nog steeds bespaard blijven. Soms moet de arts alsnog de borst helemaal weghalen.

  • Borstamputatie (ablatio)

Als de tumor te groot is voor een borstsparende behandeling kan óf eerst chemotherapie gegeven worden om de tumor te verkleinen en dan toch een borstsparende operatie te verrichten óf er wordt een amputatie van de borst geadviseerd.

Bij een borstamputatie verwijdert de chirurg uw hele borst. Al het borstklierweefsel inclusief de tumor wordt verwijderd. Uw ribben blijven bedekt door de borstspier.

Soms plaatst de plastisch chirurg al direct een borstprothese bij u. U bespreekt voor de operatie met uw verpleegkundig specialist of dit voor u mogelijk is.

U houdt een vrij groot litteken over aan de operatie. Uw borstwand is na de operatie niet altijd glad en kan iets dikker zijn. Dit verdwijnt vaak na een paar maanden. Kort na de operatie hoopt zich ook altijd wat wondvocht op onder het litteken (seroom). Ook dit verdwijnt na een tijdje. Soms is het nodig om dit via een punctie te verwijderen. Door de operatie wordt de huid van uw borstwand minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Vaak wordt dit na een tijd beter. Soms wordt een deel van de wond juist extra gevoelig. Als uw wond genezen is, kunt u een borstprothese dragen.

Na de operatie worden het weggenomen weefsel en de lymfeklier(en) onderzocht door de patholoog. Dit levert veel informatie op, bijvoorbeeld of de kanker zich bevindt in de lymfeklier(en), welke soort kankercellen het zijn en de grootte van het gezwel. U wordt alleen bestraald als uit het onderzoek blijkt dat dit nodig is.

Okseloperatie

  • schildwachtklier

Borstkanker kan uitzaaien naar de lymfeklieren in uw oksel. Dit voelt u niet altijd aan uw okselklieren. De schildwachtklier is meestal de eerste lymfeklier waar uitzaaiingen te vinden zijn. Daarom onderzoekt de chirurg deze klier tijdens uw borstoperatie. Als het onderzoek aantoont dat er sprake is van een kleine tumor en de lymfeklieren in de oksel niet verdacht zijn, wordt er gekozen voor een behandeling met een schildwachtklierprocedure. Als die helemaal geen kankercellen bevat is de kanker niet uitgezaaid en is de kans op genezing groot. Zie verder de folder schildwachtklier

  • okselklierdissectie

De patholoog onderzoekt het weefsel na de operatie onder de microscoop. Soms vindt hij uitzaaiingen. Dan krijgt u mogelijk een tweede operatie. De chirurg haalt dan alle lymfklieren in uw oksel weg. Dit heet okselklierdissectie.

Als door een punctie bij het pre-operatieve onderzoek is aangetoond dat zich tumorcellen in de oksel bevinden wordt het verwijderen van lymfeklieren in de oksel (okselklierdissectie) geadviseerd en zal de schildwachtklierprocedure niet verricht worden

Contact

HagaMammapoli
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6292

image_3006Meer informatie